Foto’s zijn gemaakt vóór de officiele opening
Op een tropische dag in juni 2026 was het zo ver: de opening van Sportpark Glanerbrook in Sittard-Geleen door Zijne Majesteit de Koning. Dit sportcomplex is geschikt voor topsport en breedtesport en bestaat uit meerdere gebouwen, die met elkaar verbonden worden door een loopbrug.
Duurzame sportcampus
Glanerbrook is ontworpen als een energieneutrale, duurzame sportcampus en is een plek voor atleten, lokale clubs, scholen en bezoekers. Wat Glanerbrook bijzonder maakt, is hoe alles samenkomt. Het is niet zomaar een sportcomplex. Het voelt als een park waarin je kunt sporten, kijken en verblijven. Binnen en buiten lopen in elkaar over. Je beweegt als bezoeker vanzelf door het gebied. Van de ijshal naar het zwembad, en van de sporthallen naar de wielerbaan.
Ontmoetingsplek
Er is veel te zien. En dat is bewust zo gedaan, door architectenbureau NOAHH. Je kijkt makkelijk van de ene sport naar de andere. Dat maakt het levendig en nodigt uit om zelf ook in beweging te komen. De gebouwen hebben elk hun eigen sfeer, passend bij de sport. Tegelijk vormt alles samen één geheel. In het midden ligt een plek waar mensen samenkomen. Voor een wedstrijd, maar net zo goed voor een kop koffie.
De loopbrug is het verbindende element
De gebouwen worden verbonden door een loopbrug. Deze brug brengt je niet alleen van A naar B, maar maakt deel uit van de route door het hele complex. Omdat de brug aan beide uiteinden op het dak uitkomt, is gekozen om de hele loopbrug met hetzelfde materiaal af te werken, in dit geval Dreentegels van Zoontjens. Zo ontstaat één rustig en samenhangend geheel, dat er niet alleen goed uitziet maar ook technisch klopt.
Een keer wat anders
Een loopbrug die onderdeel wordt van het dak, een routing die onderdeel wordt van de beleving. Voor Zoontjens weer eens wat anders en dat maakte het project bijzonder. Eric Roovers, projectleider, vertelt: “Dit project was heel anders dan een dakterras aanleggen. Naast dat het een brug was, zat er ook nog een helling in van wel 25 meter. De uitdaging zat ‘m vooral in de ondergrond; overal andere hoogtes, dus overal anders nivelleren. Uiteindelijk is dat gelukt en is het bijna net zo strak als de ijsbaan geworden!”